Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
stond van de.plaats verwijderen, waar de ver-
leiding u aanlokt.
Gij hebt al zoo \ele vertellingen van snoepers
gehoord, dat ik ii al de snoeperijen van
Aresd niet zal verhalen.
Zijn vader was ziek en at dus niet met het
huisgezin aan tafel. Moeder maakte hem wat
lekkers klaai-; ook zijne vrienden zonden hem
nuj'en. dan iets tot verkwikking. Op zijn
bedtafeltje stonden eenige lekkernijen in
potjes, om er zich' nu en dan wat mede te
verfrisschen.
Arend kwam eens bij zijnen vader op de
kamer en vond hem slapende. Hij sloop nu
heel zacht naar het tafeltje, om te zien, of
er ook wat te snoepen was.
Ja, man! daar stond een mooi wit potje
met een lepeltje er in. Dat is getroffen!
dacht hij, nam het potje in de lumd en begon
te slikken. Het smaakte naar siroop, doch
het was een weinig bitter. Met dat al smaakte
het toch lekker.
»Arend!" wordt er van beneden geroepen,
en eer hij er aan dacht, had hij al antwoord
gegeven. Hij meende zich anders stil te hou-
den ; rnaar zoo gaat het als men kwaad doet,
menigmaal verraadt men zich zeiven.