Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
- . 76
Zoo gij uws ouders raad niet doet,
Mijn kindren, gaat het zelden goed.
Weet, dat die slechts den schijn bemint
Zich nienigmaal bedrogen vindt.
Het oog van God, dat alles ziet,
Ontvliedt men zelfs in 't duister niet.
Denkt, kindren ! ongehoorzaamheid
Wordt zeker vroeg of laat beschreid.
Hij, die met ziekte worstlen moet,
Is arm, omringd van overvloed;
Daar hij den grootsten rijkdom heeft,
Die vergenoegd en vrolijk leeft.
54. Niet snoepen , Ikinderen !
Arend mogt gaarne snoepen. Het snoepen
is daarom reeds eene groote ondeugd, omdat
het in het geheim geschiedt- Gij moogt nooit
iets doen, kinderen! waarbij gij denken moet:
als vader, of moeder, of meester, of iemand
anders het eens zag, zou ik het nalaten. Zoo
deze gedachte zich bij u opdoet, is het iets
kwaads, en dan moet gij het latep, en u ter-