Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
50. Oe vlijtige laudman.
De dag breekt naawwlijks aan,
Of daadlijk kraait de haan
Den nijvren landman wakker;
En , met den dageraad,
Zorgt IIesdrik , dat hij gaat
Te werken naar zijn akker.
Ofschoon hy zweet en zwoegt,
Toch is hij vergenoegd;
En wijl de vogels zingen,.
Zingt hij zijn morgenlied,
Vergeet zijn' Schepper niet.
Wiens welda&n hem omringen.
\
Acht ook den landman ^hoog\,
Die , met vereelte hand ,
Steeds werk met lust en vlijt,
In zijnen nutten stand.
SI. drietie Banagaautv.
t
Grietje was handgaauw. Zij vroeg niet eerst:
mag ik wel? of hoorde er naar, als anderen
haar voor het een of ander waarschuwden, of
haar dit of dat verboden. Was dat wel goed