Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
44. SMir^ lette »tiet óp.
Dirk. Ik heb zulk een' zin aan een goed
penuemes, vader; mag ik er welkeen koopen?
Op de kermis zullen er genoeg zijn.
De Vader. Ja wel, mijn jongen. Als he-
den namiddig de kramen open zijn, kunt gij
er een naar uw zin uitzoeken.
Dirk. Ik wenschte nu wel dadelijk te mo-
gen gaan, vader, ^k moet een brief aan tante
Grietje schrijven, en dan kan ik er in zetten,
dat ik dien geschreven heb met eene pen,
dien ik zelf vermaakte.
De Vader. Nu, daar is geld. Dirk! Ik mogt
anders vergelen het u te geven; maar ik her-
haal, gij kunt dadelijk niet te regt komen.
Dirk stak het geld haastig bij zich, nam
zijnen hoed en ging heen.
Het was, zoo als zijn vader gezegd had;
de kramen waren nog gesloten. »Is ddt ook
eene kermis!" zeide hij bij zich zeiven; »er
is niets te koop." — Daar komt een meisje
met jodenkoekjes aan; zij vraagt hem, of hij
niet van die lekkere koekjes wil koopen.
?Zij lagchen hem zoo lekker toe. Hij koopt
GXï proeft, koopt nog eens, en koopt zoo lang,.