Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
58
gonzen, en blijft in den perzikbooin steken.
Wanneer Pieter nu de perzikken had opge-
raapt, dan had hij waarschijnlijk een ongeluk
gekregen. Dit zag hij nu duidelijk, en hij
verheugde zich met zijne zuster, dat zij moe-
ders bevel niet overtreden hadden.
Toen de moeder te huis kwam haalden zij
dadelijk de perzikken en aten ze met smaak
op, terwijl de moeder daarenboven hunne ge-
hoorzaamheid prees.
39- Volgt geen kwaad voorbeeld na.
Jastjr zag zijn zusje snoepen ;
Toen begon hij luid te roepen:
» Foei! Katbu^tjk ! wat doet gij ?
Snoept gij moeders lekkernij?"
Zusje sprak : n Zwijg, lieve broeder !
Zeg het niet aan onze moeder;
'k Geef u ook een stuk er van."
Dit nam Jinu« gretig aan.
Jabtjkx at het met behagen.
En werd, binnen weinig dagen,
Grooter snoeper dan Katsijh :
Moog dit u tot Ueritig zifn !