Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
Wij danken n voor alles goeds,
Bat ge aan uw kindren biedt.
Voor *theil, dat op uw velden daalt.
Foor al den volksroem, die hier praalt.
36. Weiaoen haart dank en oudank.
Albertüs ging ter school met twee andere
knapen uit de buurt, Maurits en Koenraad.
Deze hadden het niet heel ruim, en ontvingen
menige weldaad van Albertüs. Maürits was
daarvoor regt dankbaar, doch Koenraad was
die weldaden niet waardig.
Als hij Maurits een stukje griflei leende,
dan rekende deze vlijtig of maakte zijne op-
stellen of figuren gereed. Gaf hij het aan
Koenraad , dan schreef die daarmede scheldna-
men op zijne lei, en liet die dan nog aan Al-
bertüs zien, wel wetende, dat die daarvan een
vijand was.
Gaf hij Maurits een stuk van een' appel
of iets anders, dan at hij het stil op. Kreeg
Koenraad wat van hem, dan liet hij het den
meester zien, en Albertüs werd voor zijne
snoeplust gestraft.
Beide jongens wilden gaarne knikkeren,