Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
berouw, de wapenen voor Koning en Vaderland
te hebben opgevat. Onze Kommandant zegt
dikwijls; Jongens! gij maakt het als gedien-
de soldaten. Nu, dat behoort ook zoo. Dat
• is de regte vaderlandsliefde J In welke be-
trekking men ook is, men moet altijd zijn
best doen.
Als het kamp wordt opgebroken, hoop ik
met verlof naar huis te komen; dan zal ik u
veel vertellen.
Groet mijne broeders en zusters van mij.
Hoe gaat het met de kinderen ? Heeft Her-
man al een geweer? Hij moet zich maar oefe-
nen, opdat hij in staat zij, om den Koning en
Vaderland ook eenmaal te kunnen dienen.
Uw gehoorzame zoon,
Willem."
Grootvader, Hoort gij hel wel, H^^rman!
Herman. Ja, Grootvader, Ik beloof u, dat
ik mij met lust en ijver op mijn werk zal
toeleggen.
Grootvader, Jongelingen moeten hunnen arm
het Vaderland en den Koning Avijden. Dit is
de beste wijze, om hunne gehechtheid en liefde
daarvoor aan den dag te leggen.