Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
genomen en het bij zijne moeder gebragt. Die
arme vrouw had ooit zulk een' honger, dat zij
er half ziek van was. Maar wat deed zij ? In
plaats, dat zij er blij mede was, nam zij haren
jongen bjj den arm, en liet hem het brood
terug brengen. Was dat wel goed van die
vrouw ? Niemand had het gezien; en nu had
zij noch haar zoon iets te eten.
Hermak. Ik wenschte er wel bij geweest te
zijn; dan had ik het brood gekocht en het
dan aan die arme menschen gegeven.
Hekdrik. Ik had hun er tien centen bij ge-
geven, om boter te koopen.
Albert. Was de school maar juity'ik zou
moeder spoedig om mijn' spaarpot vragen.
De Meester. Mögt die jongen echter wel
stelen, omdat hij arm was ?
De meeste kinderen zwegen stil: zij wisten
wel, dat het niet gebeuren mögt, maar het
medelijden deed hen zwijgen.
De kleine Jassje zeide: »Ilij mögt niet ste-
len , meester! maar mag ik hem deze cent wel
brengen? Ik wil de geheele week niet snoejien."
De Meester. Nu , groote jongens! wat zegt
gij, mögt die jongen stelen of niet ?
Hér MAN. Neen, meester!
3^