Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
Hetti, die ateedt zijtf tyd
Al spelend verslijt,
Boor haat en doorsnijd
Zijn makkers gaat plagen ,
Dien schuwt onze Jak ,
Vaar houdt hij niet van;
Maar die wil en kan ,
Die eerst is zijn man,
Die kan hem behagen.
13. <ir\§ moogt niet stelen.
/
Toen IIeuman met zijne schoolmakkers Hen-
drik en Albert in de school kwam, zagen zij
op het burd geschreven: J^inderen, gij moogt
niet stelen. Dit was eene aanwijzing, dat zij
dit als hun voorbeeld moesten naschrijven. Daar
deze kinderen, zoo als gewoonlijk, ook nu weder
wat vroeg in de school kwamen, waren de
werkzaamheden nog niet begonnen. Zij spra-
ken dus eenige oogeiïblikken te zamen.
Herman. Dat voorschrift is al heel eenvou-
dig; wij zijn veel mooijer gewoon.
Hendrik. Dat dunkt mij ook. Wie weet
niet, dat men niet stelen mag!
3