Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
Hendrik. Aan het banketbakken.
De Vader. Wat scheelde hier aan?
Hendrik. Hij moest te lahg aan den vijzel
staan, om gedroogde amandelen te stampen.
De Vader. Wat leerde hij toen ?
Hendrik. Hij kwam bij eenen drogist.
De Vader. Was dat ook niet goed?
Hendrik. Hij kon niet over den renk van
al die kruiden.
De Vader. Wat verkoos hij toen?
Hendrfk. Apothekers leerling te worden.
De Vader. Was dat beter?
Hendrik. Het koken van de drankjes en
het spoelen van de fleschjes verveelde hem.
De Vader„ Wat was toen aan de beurt?
Hendrik. Het zilversmeden.
De Vader. Dat was toch goed, niet waar?
Hendrik. Hij maakte zich te vuil aan de
kolen.
De Vader. Ging hij hier ook af, Hendrik?
Hendrik. Ja, Vader! hij kwam op het uur-
werkmaken.
De Vader, Had hij hier zin aan?
Hendrik, In het begin. Spoedig echter
klaagde hij, dat hij altijd aan de klokken moest
schuren.