Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
11. J^an is groot en hiß verdient
nog niets.
Hendrik. Wat zal Jan worden, Vader?
De Vader. Een kan niet, Hendrik !
Een kan niet, daclit Hendrik; wat is dat?
Zijn vader liet het bij dit eenvoudig ant-
woord blijven, en Hendrik meende, dat hij
niet meer vragen mögt. Hij dacht er evenwel
bestendig over na.
De vi aag: wat is een kan niet ? zweefde
hem gedurig op de tong. Weet gij het ook,
mijne kinderen?
De Vader. Nu , Hendrik ! wat scheelt er
aan; zijt gij geheel uit het veld geslagen ?
Hendrik. Ik weet niet, wat een kan niet
is. Vader! en ik durf het niet vragen.
De Vader. Dan zal ik het u raden laten;
want die niet vraagt, leert niet. Zeg eens: wat
zou Jan geleerd hebben, toen hij de school
verliet ?
Hehdmk. Het broodbakken , Vader!
De Vader. En waarom is hij daar afgegaan?
Hendrik. Het was hem te zwaar en hij
moest des morgens zoo vroeg opslaan.
De Vader. Waar had hg toen zin aan?