Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
26
Linderen ? Mij dunkt, gij kunt dat nu gemak-
kelijk raden. Kom, Truitje! vertel gij het
eens, — wat dunkt u ?
Truitje. Trijhtje sprong de deur uit, zag
overal rond, behalve vóór haar, en nu liep zij
eene meid, die daar juist voorbij ging, eene
kom met soep uit de handen, en die stortte
over hare mooije nieuwe jurk.
Wel getroffen , lieve Truitje ! Die meid zou
soep bij eene arme zieke vrouw brengen; zij
deed hare boodschap met ijver, en had aanhou-
dend haar oog op de soepkom gevestigd. Nu
kwam die wilde Teun de deur uit, en veroor-
zaakte dezen ramp.
Trijhtje keerde weder bij hare tante in huis;
deze ontkleedde en waschte -haar. Zij zond bij
hare moeder om andere kleederen, doch die
zond — Jiaar nachtgoed.
Nu was Trijntjes raooije jurk bedorven, en
zij mögt den geheelen zondag niet weder op
de straat komen.