Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
Grootvader: Wel, lieve kinderen! ik bedank
u wel hartelijk, dat gij mij met zulke mooije
versjes verrast. God, bid ik, zal uwe wen-
schen verhooren!
Daar Grootvader een beminnaar van fraai
schrijven was, gaf hij over het nette schrift
zijne goedkenring te kennen. Hij prees hunne
belangstelling en hunnen ijver, en moedigde
hen verder aan. »Ik zal deze wenschen zorg-
vuldig bewaren," zeide hij tot hén. »Ik heb
er nog van uwe ouders, toen die kinderen
waren, — daar zal ik ze bij leggen. Maar
zegt mij eens, wie heeft die mooije versjes voor
u gemaakt?"
Herman: Onze lieve Meester, Grootvader!
Als wij het eenige dagen vooraf zeggen, dan
maakt hij ons altijd iets gereed, en dan mogen
wij in onze gewone schrijfles onze versjes schrij-
ven. Dan is Meester er bij, en ziet hij ze zelf
nog eens na.
.Grootvader: Wel, die goede Meester! Gij
hebt hem dan zeker ook lief? Die brave man.
Zijne jaren klimmen ook al, en toch blijft hij
bij kinderen nog altijd even vrolijk en opge-
ruimd.
Nu ontbeten de kinderen met Grootvader.