Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
is, kan echter in vele gevallen ook dienen. Van zijde vervaardigt
men verschillende soorten van beurzen, die echter zeer kostbaar
zijn; wil men eene sterke, flinke beurs, dan kan die ook van
grijs haakgaren vervaardigd worden. De laatste is wel niet zoo
sierlijk, maar sterker en goedkooper.
Van wol vervaardigt men : jackets, schoentjes , mofjes, pols-
warmers, slobkousen, sjaals, vesten, halsdoeken, fichu's, onder-
rokken en heeren mutsen.
Van katoen: nachtmutsen en netten, bed- en wiegdekens,
tafelkleedjes , kousenbanden , bretèls, kindermofjes, bavettes,
tusschenzetsels voor kussensloopen en kinderkleederen, verschil-
lende kanten en allerlei kleedjes, welke over canapé's, stoelen,
theebladen , enz. worden gehangen of gelegd, om die voorwerpen
voor vuil of stoffig worden te beveiligen.
Voor zijde of katoen worden stalen naalden gebruikt; voor
wol echter houten of beenen, om het splijten van den draad te
voorkomen.
Al de bovengenoemde voorwerpen worden met de verschillende
dóór ons genoemde soorten van steken gehaakt. Evenals bij het
breien, heeft ook hier het meerderen en het minderen ten doel,
het werk een goeden vorm te geven.
Het meerderen kan geschieden:
1) door twee of meer steken in een' steek der voorgaande
rij te werken;
2) door een of meer kettingsteken te haken en hiermede
geene steken van eene voorgaande rij over te slaan.
Het minderen geschiedt:
1) door steken van de voorgaande rij over te slaan, zonder
daarover kettingsteken te werken;
2) door twee steken als een steek af te werken.
De kettingsteek vormt den grondslag van alle soorten en
eischt twee bewegingen: het omslaan en het doorhalen van
den draad.
De losse steek vordert drie bewegingen: het insteken
in eene vorige stekenrij, den draad omslaan en tegelijk door-
halen door den steek der vorige rij en de lis, welke op de naald is.
De vaste steek eischt vyf bewegingen: insteken, als