Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
Aan hemden voor meisjes tot ongeveer 14jarigen leeftijd,
voorden geene afzonderlijke geeren gezet; men knipt deze hemden
in den geervorm zóo, dat de mouw niet behoeft te worden
ingezet, maar aan den romp wordt geknipt. Fig. 30 geeft een
hemdje voor een meisje van 8 jaar. Voor een hemdje van een
meisje van 12 jaar neemt men eene lap stof 190 cM. lang en
80 cM breed. Men vouwt de stof dubbel en laat het hemd
beneden de volle breedte wijd. Over de schouders moet het,
met inbegrip van de lengte der mouwen, 20 cM. smaller zijn.
Hiertoe maakt men aan beide zijden, 10 cM. van den zelfkant
verwijderd, eene insnijding, die rechtdraads van de bovenstof-
vouw af 16 cM. in de richting van den onderrand parallel met
den zelfkant loopt, waardoor de wijdte der mouw wordt gevormd.
Daar de uitsnijding voor den hals 16 cM. wijd moet zijn, neemt
men nu van den rand van elke mouw 22 cM., het overblijvende
is dan juist de begeerde 16 cM., en knipt die uitsnijding 8 cM.
diep, rond of vierkant naar verkiezing.
Het borstsplit wordt 16 cM. diep geknipt. De geringste wijdte
van het hemd bevindt zich op 26 cM. afstand van den boven-
stofvouw, en moet daar 40 cM. zijn. De mouw wordt nu verder
geknipt, door van haar onderrand in eene naar binnen gebogen
richting zoover te knippen tot men aan de plaats gekomen is,
waar 't hemd 40 cM. wijdte moet behouden. Van daar af knipt
men den schuinen zijnaad, die tot den onderrand van het hemd
en daar in den zelfkant uitloopt.
Bij kinderhemdjes lette men er vooral op, dat hals en
borstsplit naar evenredigheid groot moeten worden genomen.
Heerenhemden zijn korter dan vrouwenhemden. Een hee-
renhemd eischt 3 M. stof, en wel: voor den romp 2,24 M.;
een paar mouwen 40 cM. lang en 40 cM. wijd; 1 paar oksel-
doekjes van 12 cM. in 't vierkant; 2 kwadraten van 6 cM.
lengte en breedte, om in het beensplit te worden gezet; een
paar driehoeken, die aan de rechthoekszijden 10 cM. lang
zijn, en in de halsinsnijding worden gezet; een paar schon-
derstrepen, 30 cM. lang en 10 cM. breed; een kraag van
40—45 cM. wijdte en 8 cM. breedte.
Schouderstukken, kragen en boordjes, zoowel van heeren-
6*