Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
deelen door nieuwe, zooals: kragen, boordjes, okseldoekjes,
mouwen etc.
Vervolgens komt het inzetten van nieuwe stukken
aan de beurt.
Dit moet altijd, zooals we reeds aanstipten, geschieden met
stof van dezelfde kleur en van hetzelfde weefsel. Omdat het te
verstellen voorwerp door 't gebruik reeds heeft geleden, mag
bij voorkeur niet met nieuwe stof worden versteld; want dan
zou de oude stof bij het nieuwe ingezette stukje wegscheuren.
Is er geene gebruikte stof voorhanden om mee te verstellen,
dan neme men nieuwe stof van mindere kwaliteit, dan voor het
te verstellen voorwerp aanvankelijk was genomen.
Bij het inzetten van nieuwe gedeelten moet men vooral zor-
gen, dat men dit naar den loop van den stofdraad doet; dat de
scheer- en inslagdraden in gelijke richting loopen bij het ingezette
stuk en bij het voorwerp, waarin het gezet is.
Men snijdt de beschadigde plaats in den vorm van een kwa-
draat uit en neemt dan het in te zetten stuk 1,5 cM. langer
en breeder dan het uitgesneden. Al naar den aard der stof ge-
schiedt dit inzetten met voor-, achter-, stik- of overhandsche
steken; terwijl men telkens bij het keeren eene schuine insnijding
in de stof maakt, die bijna tot de stekenrij loopt.
De werkdraad moet zeer fijn genomen worden, wijl een dikke
draad de oude stof licht doet scheuren. Moot men in de nabij-
heid van een' naad een stukje inzetten, dan neemt men het
zóóveel grooter, dat het in den naad mede kan worden genaaid.
Men kan ook een stukje inzetten in den vorm van een' drie-
hoek, waarbij men er op lette, dat van de rechthoekszijden de
draden gelijk loopen met die van de stof waarin het stuk wordt
gezet; terwijl men bij het naaien van de schuine zijde vooral
zorgen moet, de stof niet te rekken.
Bij bedlinnen, hemden en tafelgoed worden altoos de stik-, de
achtersteek- en de rolnaad gebruikt; bij voorwerpen , die de huid
raken, moet de naad niet gerold maar zeer plat overgezoomd
worden.
Bij geruite stoffen moet men niet alleen op den loop dor draden
maar ook op den loop der ruiten letten. Men gebruikt dan som-