Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
Bij doorschijnende stoffen eischt het maken van een schuinen
hoek andere behandeling. Men wil b.v. een zoom van 2 cM.
breedte maken; daartoe mete men eerst van 't hoekpunt naar
beide kanten 6 cM. af en make op die plaatsen een teeken. Dan
doe men, van af een dierteekens, eene rechtdraadsche insnijding
van 2 cM. diepte, snijde daarna 2 cM. dwarsdraads, evenwijdig
aan den kant, waarin men de eerste insnijding heeft gemaakt
en dus naar den anderen kant, waarop men 6 cM. heeft afge-
meten ; deze bewerking herhale men nog twee maal, dan komt
men bij het andere teeken, 6 cM. aan het hoekpunt, uit. Nu
vouwe men de beide kanten, aan den hoek van het voorwerp
gelegen, 2 cM. om, — Ie inslag — vouwe daarna de beide nog
aanwezige driehoekige punten naar binnen en make dan het
2e inslag aan beide kanten weer 2 cM. breed. Het naadje op
den hoek wordt nu met den stopsteek uitgevoerd. Eene zeer zorg-
vuldige behandeling alleen zal het werk een net aanzien geven.
Het op- en aanzetten van banden geschiedt door zoom- en
stiksteken. Linnen knoopen worden aan de stof gehecht door in
't midden van den knoop een kringetje stiksteken door dezen
en door de stof te werken.
Bij het vervaardigen van een knoopsgat rijgt men eerst den
omtrek met kleine voorsteken af, waarna het in de richting van
Fig. de stofdraden wordt ingeknipt. Men ge-
bruikt een' draad tamelijk dik, goed gedraaid
naaigaren en omwerkt de insnijding met
festonneersteken. Daartoe legt men den
draad boogsgewijze op de stof, houdt dien
met den linkerduim vast, voert daarna
de naald door de insnijding, van onder
naar boven, door de stof, laat dan den
draad los en haalt hem naar de rechterhand
aan. Zie fig. 24.
Men maakt liggende of staande knoops-
gaten; de eerste krijgen één trensje en
wel daar, waar de stof achter de knoop haakt; de vestonkant
van het trensje moet ééne lijn vormen met dien van het knoops-
gat; een staand knoopsgat heeft twee trensjes.