Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
54
naar zich toegekeerd; men noemt dan dezen kant den onder-
rand. Hier heeft men altijd enkel geheele mazen, terwyl men
aan den bovenkant der opening in eiken hoek eene halve maas
heeft; zijn er aan den onderrand b.v. 10 geheele mazen, dan
heeft de bovenrand 9 geheele en
Fig. 11. r» 1 1 -r^ •• .
2 halve mazen. Dan rijgt men
fijne draden in de lengte over de
opening, voor elke maasstreep
2 draden, en neemt daarby aan
den onder- en aan den boven-
kant eenige toeren meer. Deze
draden kan men na de voltooiing
van het werk weder uithalen,
hetwelk nog al eenige moeite
veroorzaakt. Men kan zich dit
werk wat lichter maken, door
de spandraden aan de keerzijde te leggen. Zie fig. 11. Men kan
ze ook laten blijven; maar in dit geval neme men voor het
spannen een zeer zachten draad, wijl een harde draad het werk
zou doen slijten. Heeft men de noodige spandraden gelegd, dan
begint het eigenlijke mazen. Hiertoe steekt men de naald in de
beide bovenste mazen en voert haar, zooals fig. 12 aanwijst,
onder twee spandraden door,
waardoor eene maas is nage-
bootst. Xu voert men de naald
om twee spandraden door de
beide bovenste mazen, waardoor
eene volgende maas wordt na-
gebootst; en zoo gaat men voort,
in heen- en teruggaande toeren,
tot het werk voltooid is. Om
het meerdere vastheid te geven
dient men aan de 4 zyden van
het werk 4 a 5 mazen mede
over te werken. Zeer aanbevelenswaardig is, dat men het maas-
werk, vooral als het voorwerp reeds veel gebruikt is, niet, zoo
als fig. 12 aanwijst, rechte kanten geeft, maar dat men die.
f