Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
patronen raden we aan, — te beginnen bij het Ie toer — te onder-
zoeken hoe elk toer gewerkt is; het resultaat van dit onderzoek
noteere men even. Heeft men alles opgeschreven, dan vergelijke
men de beschrijving der verschillende toeren, teile de mazen en
onderzoeke of bij 't einde van het patroon het oorspronkeljjk
getal mazen weder aanwezig is. Dan breie men naar deze be-
schrijving een staaltje en vergelijke dit met het werk, dat men
als voorbeeld heeft gebruikt. Men verkrijgt hierdoor spoedig een
duidelijk inzicht in het werk.
VERSTELLEN VAS BREIWERK.
Even als elke andere stof kan men ook breiwerk, dat door
het gebruik beschadigd is, herstellen; en wel door: stoppen,
mazen en, wanneer de beschadigde plaats nog al eenigen om-
vang heeft, door inbreien van een nieuw gedeelte.
Het stoppen is de spoedigste wijze van herstellen, maar
deze bewerking valt het meest in het oog; vandaar dat men
zulks nooit doet op plaatsen, die bij het gebruik zichtbaar zijn.
Toch is het stoppen, om de spoedige uitvoering, vaak zeer
onmisbaar.
Om de eenvoudige stop uit te voeren, moet men, de
maasrijen volgende, de beschadigde plaats doorstoppen en tevens
de dunne plaatsen rondom. Men neemt daartoe beurtelings een
der horizontale draden van het werk op de naald en slaat tel-
kens den daaropvolgenden draad over; waarna men de gelegde
draden 0|) gelijke wijze doorstopt.
Het mazen bootst het breiwerk zóó goed na, dat men bij
eene zorgvuldige bewerking de herstelde plaats niet zien kan.
Om deze manier van herstellen uit te voeren, tornt men de
beschadigde plaats zóo uit, dat aan den onder- en aan den
bovenrand der opening, de mazen in eene rechte rij naast
elkander liggen, terwijl men aan de zijranden de rechte lijn
eener maasstreep heeft. Men maast altoos in dezelfde richting
waarin gebreid is. Begint men te mazen, dan houde men het
begin van het breiwerk, dat men door mazen wil herstellen,