Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
Op het haken volgt borduren n.1. het eenvoudig festonneeren
en cordonneeren, dat later door de andere, verschillende steken
en door point lacéwerk, tulewerk, geknoopte en genaaide quipure
wordt gevolgd.
Aan deze werken sluiten zich de overige aan; terwijl men met
het oog op St. Nicolaas, Kerstmis, Nieuwjaar etc. als bij uit-
zondering — omdat sommige leerlingen dan wel zoogenaamde
feestwerkjes vervaardigen — ook voor bevattelijke leerlingen uit
de 4e groep, zie pag. 14, iets zou kunnen nemen.
We zeggen: bij uitzondering; omdat het onze overtuiging is,
dat het vervaardigen van laatstgenoemde en dergelijke werkjes,
hetwelk op scholen voor kinderen uit den gegoeden stand nog
al eens gevraagd wordt, in 't algemeen niet wenschelijk geacht
raag worden; te meer, daar de kinderen er in hunne vrije uren
maar zelden toe komen eenig nuttig handwerk te maken : dan
houden ze zich wel onledig met het vervaardigen van eenig
knutselwerk van wol, papier etc. Het mogen vervaardigen van
een of ander feestgeschenk kan o. i. enkel dienen als belooning
voor vlijt en oplettendheid.
Niet alle kinderen zijn even bevattelijk; het zal dus bij het
geven van klassikaal onderwijs meermalen voorkomen, dat een
kind de anderen vooruitkomt en dus moet wachten. De pauzen
door dit wachten veroorzaakt, kunnen in de verschillende klassen
door brei- of door eenig ander werk, dat daartoe steeds aan-
wezig moet zijn, worden aangevuld.
Het onderwijs in de vr. handwerken vraagt, althans in den
beginne, van de zijde der onderwijzeres oneindig veel geduld;
daarom kan het onderwijzeressen, die nog geene of weinig erva-
ring hebben, niet te dringend worden aanbevolen, zich zeer te
beheerschen en de kleinen niet door woorden of teekenen van
ongeduld te ontmoedigen. Hebben ook de minst bevattelijke kin-
deren de eerste zwarigheden eindelijk overwonnen, ze zullen met
meer moed het volgende beproeven, als ze bespeuren, dat hunne
pogingen door eene vriendelijke voorgangster worden aangemoe-
digd. Men verlieze nooit uit het oog, dat de kleine handjes nog
slecht zeer langzaam kunnen werken.