Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
165
2. omslaan;
2. doorhalen, door den kettingsteek;
4. omslaan;
5. doorhalen, door twee lissen.
Hebben ze 7 ä 8 rijen vaste steken gehaakt, dan zijn op
gelijke wijze de stokjes aan de beurt.
Daarna moeten ze leeren, hoe de stokjes met losse steken af-
wisselen. De onderwijzeres teekent op het bord voor elk stokje
een streepje en voor eiken kettingsteek eene stip, waardoor ze
kan aanwijzen hoe deze afwisseling plaats heeft. Bij de uitvoering
zeggen allen haar in koor na: wij haken een'stokje, wij haken
een' kettingsteek, wij slaan een' steek over, wij haken een
stokje, enz.
Vervolgens kunnen ze ook eenige rijen dubbele stokjes maken,
terwijl ze eveneens eenige rijen kunnen werken van 5 ketting-
steken en 1 vasten steek.
Het behoeft niet gezegd, dat men nu ook kan laten werken
2 of 3 stokjes naast elkander en daarna even zoovele kettingsteken.
Is dit v»erk af, dan laat men eenige der leerlingen bij beurten
aflezen, wat ze nu in elke rij hebben gehaakt; dit aflezen ge-
schiedde van rechts naar links, zooals ook is gewerkt.
Kunnen de leerlingen de verschillende steken maken, dan kan
men ze eene serie kwadraten laten werken, waardoor ze het
meerderen en het minderen leeren en bekend worden met de
wijze, waarop de verschillende vormen worden verkregen.
De kinderen werken nu eerst een kwadraat (fig. 75) verdeeld
in kleine onverzette ruitjes; waarvoor de onderwijzeres hun het
model op het bord teekent, zooals fig. 76 aanwijst.
Dit kwadraat wordt in heen- en teruggaande toeren gewerkt;
de onderwijzeres make er de leerlingen op attent, dat ze altoos
insteken in het achterste horizontale lid der steken, zoodat het
werk eene rechte en eene keerzijde krijgt. Rondom het kwadraat
kan men een kantje laten werken, bestaande uit: Ie rij: 5
kettingsteken, 8 steken overslaan 1 vaste steek; 2e rij: 7 vaste
steken in eiken kettingboog, den vasten steek overslaan. Aan
de hoeken moet natuurlijk gemeerderd worden, door in de Ie
rij met een kettingboog slechts een' steek over te slaan.