Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
156
Wanneer nu de kinderen met die doeken zullen beginnen te
naaien, toont men hun eerst wat snij- en zelfkant is, wijst
hun dat de scheerdraden parallel met den zelfkant en de
inslagdraden parallel met den snijkant loopen, waarbij men
tevens even opmerkt, dat de eerste altoos een weinig dikker
zijn dan de laatste. Daarop leert men hun het gelijkrafelen
der stof en vertelt hun, dat dit noodig is, zal men goed op den
draad kunnen werken.
Nu laat de onderwijzeres van den eersten kant, die gezoomd
Fig. 71.
zal worden, den l«" inslag vouwen
ongeveer 1 cM. breed, en daarna
den inslag ongeveer 1.5 cM.
breed. Hierna teekent ze den
vorm, welken de lap zal verkrij-
gen , op het bord voor en wijst
tevens het punt p, zie fig. 71,
aan, als de plaats waar met
zoomen moet worden begonnen.
In fig. 71 stelt abc ti de grootte
van den lap voor, ongezoomd, en
e f g h als hij gezoomd is. De
hoeken der zoomen worden natuurlijk vierkant.
Nu dient vóór de kinderen beginnen te werken, te worden
aangewezen, hoe bij 't zoomen de naald door de stof moet
worden gestoken, hetwelk de onderwijzeres duidelijk maakt
7,
'' 3
^ T
Fig. 72.
door fig. 72 op 't bord te
teekenen en op het raam
de bewerking voor te doen.
In fig. 72 zijn drie ongelijk
groote steken afgebeeld, a
groot, b middelsoort en c
klein. De gestippelde lijnen
wijzen de richting der naald
door de stof, de andere het vallen der steken aan.
Is het vorenstaande door de leerlingen begrepen, dan late
men allen eenen draad in de naald steken, die echter niet
te lang mag zijn; daar hij dan het aanhalen bemoeielijkt.