Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
155
wijzeres op het naairaam gewerkt, blijven als voorbeeld daarop.
De deksteek wordt op dezelfde wijze behandeld; hierbij is 't
echter niet 2 draden naar beneden, maar 2 draden naar boven.
Deze wijze, om al draden tellende de merksteken voor te
werken, heeft ons, vooral ook bij het leeren der bindgaten
letters, meermalen uitstekende resultaten geleverd.
Is de merkdoek met een recht randje omgeven, dan volgt een
tweede randje, waarin de steken verspringen, waarna men met
vijfstreeks letters begint. Deze worden niet gewerkt in de volgorde
van 't alphabet; men begint met de gemakkelijkste en wel allereerst
met de I; daarop volgt N, M, L, F, T, E, P, E enz.
Zullen de kinderen nu een weinig met naaien beginnen, dan
late men hen eerst een breitaschje van grijs linnen maken.
Hiervoor behoeft men eene lap van 30 cM. in de volle stof-
breedte (7o cM.). De 30 cM. bepaalt de wijdte van het taschje;
van de breedte der stof (hoogte van de tasch) knipt men eene
streep van 16 cM. breedte af, en vouwt de stof dan zóo dubbel,
dat de onderstoflaag, welke den achterkant der tasch vormt,
12 cM. meer heeft, dan de bovenlaag, die den voorkant vormt.
Deze 12 cM. vormen een' overslag, waarvan men de hoeken in
den vorm van een' driehoek omlegt en door zoomsteken laat
bevestigen.
Men laat aan beide zijden een Engelschen naad werken en
de bovenkanten van het taschje zoomen. Van de afgeknipte 10
cM. wordt een draagband gevormd. Men knipt deze streep midden
door, zoodat elke strook 5 cM. breed en 30 cM. lang is; deze
laat men door een naadje aaneennaaien, zoodat er eene streep
ontstaat van 60 cM. lengte. Aan deze streep worden, in de
lengte, 2 inslagen gemaakt: daarna wordt ze dubbel gelegd en
met tegensteken of overhandsche steken dichtgenaaid. Nu worden
de beide einden aan de zijnaden van het taschje verbonden, daar
waar het overslag begint.
Het spreekt, dat men deze taschjes met rood of blauw garen
laat naaien.
Nu kan men de stop- en versteldoeken, die in de hoogere
klassen moeten dienen, laten zoomen; de stopdoek is 40 en de
versteldoek 60 cM. in 't vierkant.