Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
wm
152
ook fig. 69a), waarbij hun ook het afhalen wordt geleerd en tevens
opgemerkt, waarom men afhaalt.
Ook bij het averecht breien komen 4 bewegingen voor, n.1.:
1. insteken van achteren naar voren,
1. omslaan , „ „ „
3. doorhalen van voren naar achteren,
4. aflaten van links naar rechts.
Nu worden er 10 naalden afwisselend recht en averecht gebreid,
zie fig. 69 J, en maakt men de kinderen attent op het geheel ver-
anderd voorkomen van het werk. Men wijst er op, hoe het brei-
vlak gevormd wordt door zoovele maasstrepen als er mazen op-
geslagen zijn, hoe bij zulke strepen de mazen loodrecht onder
elkander liggen, en hoe, bij elke afgebreide naald, de strepen
eene maasrij langer worden. Verder, hoe in de maasrijen de mazen
horizontaal nevens elkander liggen. Nu deelt men den leerlingen
mede, dat het verschillend voorkomen van de breivlakten ontstaat
door de verschillende manier waarop men de maas breit
Daarna laat men 10 naalden 2 recht 2 averecht breien; dan
weder 10 recht, dan 10 naalden 2 averecht 2 recht, dan 10
naalden recht en nu van + herhalen. Vervolgens laat men
altijd recht breien, waarvan 2 naalden met het geheele aantal
mazen, dan voor 't rechterschouderstuk met het '/j van 't aantal
mazen , waarbij men hen telkens aan den rechterkant van 't werk,
naar den kant van den hals, een keer laat minderen, tot er
nog de helft der mazen op de naald zijn, welke men laat af-
kanten. Nu worden de 20 middelste mazen afgekant, waarna
het linkerschouderstuk wordt gebreid. Hierbij mindert men niet
naar den halskant, maar haalt over.
Van het eerste paar kousen worden eerst de beide beenen ge-
breid , wijl het breien van een' voet aanvankelijk nog te moeilijk
is; ook komt het ons wenschelijker voor, dat de beide hoofd-
doelen zonder tusschenpoozen op elkaar volgen, zoodat dus, als
de beide beenen gereed zijn, de beide voeten onmiddellijk achter
elkaar worden afgebreid.
Men bespreekt de kous, bij 't breien van 't eerste paar, in
algemeene trekken; vertelt b.v. dat de kous een kleedingstuk is,
dat dient om been en voet warm te houden, dat men kousen