Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
151
door de twee bewegingen van het insteken en aflaten te maken.
Om het verdraaien van het werk te voorkomen, moeten de
kinderen er opmerkzaam op worden gemaakt, dat ze telkens,
bij het begin der les, die naald in de rechterhand nemen,
waaraan de draad hangt. Zijn ze op bovenstaande wijze eenigs-
zins aan het hauteeren der breinaalden gewoon geraakt, dan moeten
ze den draad zóo om de vingers leggen, als dit bij het breien
behoort en er aan gewend worden, den duim op de naald te
laten rusten. Toch moet men rekenschap houden met de kleine
handjes; doordat de vingertjes nog zoo kort zijn, gebeurt het
nog al eens, dat de rechter duim van zijne plaats wordt gelokt.
De kinderen breien natuurlijk aan deze eerste proef alle naalden
recht en wel zoolang, tot het werk een vierkant is of ook wel
iets langer; dan leert men ze het werk afkanten, waarna dit
eerste breiwerk voltooid is.
Hoe eenvoudig ook, dit eerste werk baart der onderwijzeres
oneindig meer moeite en eischt veel meer van haar geduld dan
menig werk later zal doen; ze zal zich echter ruim beloond achten
door de blijdschap der leerlingen over dit eerste werk; en die
Fig. 69. blijdschap kan nog vergroot
worden, als de onderwijzeres
haar vertelt, hoeveel beter
zulk een zeep- of waschlapje
is dan eene spons, dat het
voor de huid gezonder is,
dat het beter reinigt en veel
sterker en goedkooper is.
2® proef. Het recht en
averecht breien, minderen
en overhalen, fig. 69.
Voor deze tweede proef,
die een bavetje kan doen
ontstaan, neemt men dezelfde
benoodigdheden en laat 60
mazen opslaan. Vóór de kinderen met averecht breien beginnen
laat men hen nog 10 naalden recht breien, als bij proef 1 (zie