Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
elkaar verschillen, toch inderdaad uit eene zelfde bron zijn gespro-
ten. Die bron was de behoefte. Vandaar dezelfde grondslag bij
de bewerking van verschillende soorten, vandaar de variaties van
eigenlijk dezelfde gereedschappen; immers, ofschoon brei-, naai-,
haak- en knoopnaald in vorm en grootte eenigszins verschillen,
het is toch bij iedere afdeeling de naald en altijd weder de naald , die
met schaar en vingerhoed schier het eenige gereedschap uitmaakt.
Ieder, die iets van de geschiedenis der beschaving weet, zal
het met ons eens zijn, dat naaien en breien met spinnen en
weven de oudste handwerken zijn, die de mensch door den
drang der noodzakelijkheid heeft uitgevonden.
Werden aanvankelijk bij vele onbeschaafde volken, ook bij
onze voorouders, de dierenhuiden tot kleeding gebruikt en deze
huiden door middel van doornen, vischbeenderen of dergelijke
scherpe voorwerpen om het lichaam bevestigd, het onvoldoende
van die samenvoeging bracht hen er toe hunne primitieve klee-
ding door middel van reepen boombast, biezen en dergelijke
stoffen meer duurzaam vast te maken.
Door die handelwijze was onwillekeurig en als ongemerkt de
grondslag voor het naaien gelegd.
Later ontstond het breien; niet dat, wat wij thans breien
noemen, maar het handwerk bij ons als knoopen, bij de visschers
als netten breien bekend. Eerst veel later, toen men het spinnen
en weven had uitgevonden, kwam men tot het eigenlijke breien.
Tot voor korten tijd, ja wellicht is 't nog niet geheel verdwe-
nen , was bjj onze matrozen een zeker soort van werk in ge-
bruik , dat gebezigd werd om wanten eet. te vervaardigen en dat
ze o ver een' stik breien heetten; 't was eene verbastering van
breien en had veel overeenkomst met onze tegenwoordige variaties
van den tunischen haaksteek. In plaats van breinaalden gebruikten
ze een plat beenen werktuigje, niet ongelijk aan den steel van
een kleinen lepel, aan het smal toeloopende einde van een haakje
voorzien. Dit handwerk is waarschijnlijk de overgang van breien
tot haken. Zoo bespeuren we, dat naaien en breien, de hand-
werken die bij uitnemendheid de nuttige zijn, en die daarom
het meest moeten worden beoefend, de grondslagen uitmaken
voor alle andere.