Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
140
werktuigelijke aanleeren ; aan haar is opgedragen om te bewijzen,
dat de opneming van de handwerken onder de leervakken der
lagere school, werkelijk vooruitgang is. En — ze kunnen dat,
als ze zich slechts als doel stellen: de schoolgaande meisjes door
onderwijs en oefening zoover te brengen, dat ze niet alleen h e t
hoe, maar ook het waarom van haar doen begrijpen; als
ze dus niet hechts werktuigelijk de noodige vaardigheid aan-
brengen bij de leerlingen, maar door geregeld in moeilijkheid
opklimmende oefeningen te geven, te bespreken, te verklaren,
het meisje doen inzien, wat het doet; en dan tevens naast de
praktische strekking van het leervak niet vergeten, dat ze er
aanleiding tot oefening in echt vrouwelijke deugd in kunnen
vinden. Dan zal langzamerhand het besef ontstaan, dat de over-
brenging der vr. handw. op de lagere school een groot voordeel
is, door de wet van 17 Aug. 1878 geschonken.
Dat het onderwijs klassikaal gegeven dient te worden, heb-
ben we vroeger bl. 15 en verv. reeds besproken ; men weet daar-
uit tevens, dat het onze meening is, dat ook bij dit leervak het
hoofdelijk onderwijs daarom niet geheel is buitengesloten.
Of het onderwijs in de vr. handw. onder de gewone schooluren,
dan wel daarbuiten dient gegeven te worden ? "Wij aarzelen niet
op dit oogenblik nog te verklaren, dat het ons meest wen-
schelijk voorkomt, dat de uren voor de vr. handw. gevonden
worden buiten de gewone schooluren. Wij zijn niet overtuigd,
dat bij een' schooltijd van 5 uren per dag, zooals tamelijk alge-
meen is, de bewering grond heeft, dat het lichamelijk nadeel
veroorzaakt, wanneer men na dien tijd nog 1 a l'/g uur de
meisjes laat zitten om onderwijs in het besproken leervak te ont-
vangen. En — op grond van de verklaring van vele praktische
onderwijzers, die verzekeren, dat de klassificatie in de school
wordt verbroken, dat de meisjes met de jongens in dezelfde
klasse onmogelijk op denzelfden trap van ontwikkeling kunnen
worden gehouden als de vr. handw. onder de gewone schooluren
worden gegeven, gelooven we, dat de mogelijke voordeelen van
het onderwijs in de vr. handw. onder de schooluren, tegen dat
nadeel niet opwegen. Toch kunnen we wel miszien.
Blijkt na verloop van een paar jaar, dat de bezwaren tegen