Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
137
Dit blokje moet de halve breedte der streep vullen. Dan werkt
men aan den tegenovergestelden kant een gelijk blokje, ook
over 3 bundeltjes, en wel over het naastbijzijnde bundeltje van
het voorgaande blokje en over twee nieuwe. Nu werkt men
weder aan den bovenkant een blokje, eveneens over een draad-
bundeltje van het voorgaande blokje en over twee nieuwe; zoo
gaat men voort de geheele streep te vullen. Men kan de blokjes
maken van de uitgehaalde stofdraden; en de festonneersteken
naar verkiezing met een gekleurden draad.
5® Patroon. Men maakt eene holle streep van 3 cM. breedte en
verdeelt de draden bij bundeltjes als boven is aangegeven. Nu trekt
men, juist in het midden der holle streep, steeds 4 draadbundel-
tjes met een festonneersteek stevig samen, waarbij men zorg
draagt, dat de werkdraad niet te strak of te ruim komt. Is
deze rij gereed, dan wordt de aangebrachte werkdraad omnaaid;
zoodat die op een koordje gelijkt en telkens, als men bij een
festonneersteek komt, naait men in de rondte over de draad-
bundeltjes stiksteken, evenals bij een wieltje.
6® Patroon. Hier geven we een doorloopend patroontje, waar-
mede men een geheel fond kan bedekken of afzonderlijke kwadraten
kan aanbrengen. Men haalt steeds 2 scheerdraden uit en laat
2 staan; dan doet men hetzelfde met de inslagdraden. Nu bedekt
men het werk met gekleurde kruisjes, waarvan men in neer-
gaande rijen de ondersteken en in opgaande rijen de deksteken
werkt. In plaats van met deze kruisjes kan men het werk ook
versieren met den ondersteek van den Weener kruissteek,
waardoor het werk aan beide kanten gelijk wordt.
7® Patroon. Een doorloopend patroontje, waarbij men van scheer-
en inslagdraden beide, beurtelings 1 draad uithaalt en 4 laat staan.
Het werk wordt bedekt met gekleurde bindgaten merksteken.
Wanneer men een voorwerp rondom met een' rand van
open naaiwerk versiert, dan ontstaan op de hoeken openingen,
welke men vult met sterretjes van frivolité of genaaide guipure.
Is de opening niet te groot, dan kan men, door er draden in
te spannen, een wieltje werken.
Voor mozaïek-naaiwerk gebruikt men allerlei lapjes laken