Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
135
ten knoop evenals een festonneersteek. Het aantrekken geschiedt
bij beide knoopen op dezelfde wijze.
Om picots te vormen laat men tusschen twee knoopen een
weinig ruimte, waardoor bij het aanschuiven de picot wordt
gevormd.
OPEN- EN MOZAÏEK NAAIWERK.
Om oj)en naaiwerk te vervaardigen begint men met een zeker
aantal draden, 'tzij scheer- of inslagdraden, of ook wel beide,
uit de stof te halen. De daardoor ontstane openingen worden
met een' draad van dezelfde kleur als de stof, of ook wel met
anders gekleurde draden, bewerkt.
Open naaiwerk wordt door vele dames met genoegen verricht,
wijl het een zeer dankbare arbeid is, die zoo weinig moeite
kost, dat zelfs zeer jonge meisjes er iets van kunnen maken.
Het wordt dikwijls in verbinding met ander b. v. Holbeinwerk,
borduursel in den kruissteek, fijn haakwerk enz. aangewend.
Men gebruikt fijne tapisserienaalden en steeds goed gedraaid
garen of zijde. Den werkdraad kan men, zoo die fijn is en dus
gemakkelijk uit het groote oog der naald schiet, met een enkelen
knoop in het oog bevestigen. Het aanhechten van een nieuwen
werkdraad geschiedt met een Zweedschen weversknoop. Men
legt daartoe de einden van den ouden en den nieuwen werk-
draad naast elkander en slaat, in beide te samen genomen als
één draad, een' knoop; de overtollige einden knipt men af.
We hopen onzen lezeressen geenen ondienst te bewijzen als
we hier een paar gemakkelijk uit te voeren patroontjes voor
open naaiwerk beschrijven.
1® Patroon. Men haalt, al naar de stof grof of fijn is, 6, 8 of 10
stofdraden uit en neemt den werkdraad in overeenstemming,
betreffende kleur en dikte, met die der stofdraden. Men werkt
van rechts naar links en begint aan den bovenkant der ontstane
opening. Zes stofdraden worden driemaal omnaaid; daarna komen
aan den onderkant 6 draden aan do beurt, waarvoor men drie