Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
126
met festonneersteken, waarin nu en dan picots worden gelegd,
omgeeft na ze vooraf met kantsteken te hebben ingevuld.
Van de afdeeling knoopen bevelen we onze lezeressen vooral
het macramé knoopwerk aan, wijl het noch moeilijk in de uit-
voering noch kostbaar is. Al naar het doel waarvoor men het
werk bestemt, wordt het van gekleurd of van wit garen, van
zijde, wol, koord, bindgaren of fijn touw uitgevoerd; terwijl
men ook een voorwerp aan den buitenkant kan uitrafelen om
daarna van de draden, die blijven hangen, franje te knoopen.
Men behoeft voor deze soort knoopwerk knoopnaalden noch
pennetjes; men gebruikt daarentegen een stijf gevuld kussen,
20 ä 30 cM. lang. Dit kussen moet den vorm van eenen lesse-
naar hebben en aan den rechter- en ^linkerkant van haakjes
voorzien zijn; verder behoeft men nog zeer dikke spelden en
soms ook draadhouders in den vorm van frivolité spoeltjes. De
meest voorkomende knoopen zijn: de festonneerknoop, de enkele
en dubbele ketting, de dubbele en de gegolfde knoop en de
blader enknoop.
Men onderscheidt steun- en werkdraden. Begint men met het
werk, dan neemt men een langen, sterken draad, die als steun-
draad dient moet doen, bevestigt dien aan de linkerzijde van
het kussen aan een der haakjes, leidt den'draad over het kussen
heen en windt hem aan den anderen kant ook om een haakje.
Hierbij zorge men, dat de draad stijf gespannen in eene rechte
lijn over het kussen ligt. Aan dezen steundraad worden de
werkdraden bevestigd. Deze werkdraden neemt men steeds dubbel;
ze moeten echter, enkel gerekend, 4 maal zoo lang zijn als hdt
voorwerp, dat men wil maken. Steun- en werkdraden neemt
men van hetzelfde kluwen; alleen als men met wol werkt,
neemt men voor steundraad koord of katoen in dezelfde kleur,
omdat wol te veel rekt.
Men begint het werk altijd van links naar rechts. Om den
werkdraad aan den steundraad te bevestigen, neemt men den
eersten dubbel, zoodat in het midden een oogje ontstaat, dat
men van boven naar beneden achter den steundraad schuift,
waarna men de beide einden door dit oogje steekt en ze dan