Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
121
voor 't geval dat men iets zeer fijns wil vervaardigen is eene
breinaald als pennetje te verkiezen.
De grootte der maas hangt af van de dikte van 't pennetje,
dat gebruikt is.
Voor zeer groote mazen gebruikt men breede, platte pennetjes
of knooplatjes.
Het werk wordt aan eene plomb of eene knoopsehroef vast-
gemaakt; ook kan men het aan eene lange lis van lint, die men
om den voet slaat, bevestigen.
Het knoopen is gemakkelijk van uitvoering; moeierlijker is
het eene duidelijke beschrijving te geven van de wijze, waarop
zij moet plaats hebben.
Vóór men begint te werken windt men het garen om de
naald en knoopt daarna, voor grondslag van het werk een
eind garen van ongeveer 50 cM. lengte te zamen. Men steekt
dan de daardoor ontstane lis aan de plomb of schroef vast en
fig. 58. knoopt er ook het aan de naald
hangende eind garen aan vast.
Wanneer men nu begint te
werken legt men het pennetje
horizontaal onder den werkdraad
op de binnenzijde van den linker
wijsvinger en houdt het met den
duim vast. Daarna leidt men
den werkdraad om den 4en vin-
ger achter het pennetje en over
de garenlis naar den linkerduim,
die den draad vasthoudt. Vervol-
gens laat men den draad zóo in
eenen boog over de lis afhan-
gen, dat bij de volgende beweging al de vingers, met uitzon-
dering van den duim, worden omwonden. Nu voert men
de naald door de over den 4en vinger liggende lis, over
den achterdraad van deze en van onder naar boven door
de garenlis, waardoor een tweede lis ontstaat. Hierop trekt
men den werkdraad aan en laat achtereenvolgens de verschil-
lende lissen, die om de vingers zijn geslagen, afglijden;

wmf
■ .. - . • Ti'