Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
aard der verschillende handwerken hebbe , dat ze zich rekenschap
kunne geven, waarom ze zoo en niet anders handelt.
4. Een scherp oog.
't Is, zooals later zal blijken, onze meening, dat het onderwijs
in de vr. handwerken klassikaal dient te worden gegeven; zal dat
geschieden , dan moet de onderwijzeres zelfs het fijnste werk goed
kunnen zien, dan dient ze allerlei nuances goed te kunnen onder-
scheiden èn om daardoor zelve goed werk te kunnen leveren èn
om dat der kinderen zelfs op eenigen afstand te kunnen waarnemen.
Zij die geen scherp oog bezitten, zijn o. i. ongeschikt ooit met
vrucht in eene klasse werkzaam te zijn; haar zouden we niet
raden zooveel van de oogen te vergen als noodig is, om met
gegronde hoop op goeden uitslag zich aan het examen te kunnen
onderwerpen.
5. Eene beschaafde uitspraak; zin voor orde
en netheid.
Het spreekwoord: „Leeringen wekken, voorbeelden trekken",
is op het onderwijs in de vr. handwerken geheel van toepassing.
Het kan niet anders dan hoogst gunstig werken, wanneer de
onderwijzeres door hare beschaafde taal zich onderscheidt; de
meisjes, aan hare zorg toevertrouwd, zullen haar daardoor des
te hooger achten.
Toont zij in hare kleeding, in al haar doen en laten, in de
wijze waarop al het benoodigde wordt behandeld en geborgen,
dat zij eene vijandin is van wanorde en van slordigheid, ook de
leerlingen zullen dat goede voorbeeld gemakkelijk en met liefde
navolgen.
6. De onderwijzeres zij alzijdig genoeg ontwikkeld,
om met de ouders en onderwijzers aan de opvoe-
ding van het kind te kunnen medewerken.
't Ligt geheel in den aard van het leervak, dat er bij 't onder-
wijs in de vrouwelijke handwerken veel meer toenadering, een