Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
117
njet kruisjes in op- en neergaande rijen. Eene combinatie van
het eerst beschreven steekje met dwarsliggende kruisjes, geeft
ook een allerliefst effect. Er zijn zoo nog eene massa kant-
steekjes — die we onmogelijk alle hier kunnen beschrijven -
te maken; we achten het ook minder noodzakelijk, daar uit
de boven beschrevene vele variëteiten kunnen worden gemaakt.
GEKLEURD BORDCRES.
Van gekleurd borduren is zeker Holheinwerk het gemakkelijkst
en aangenaamst; 't vergt niet veel inspanning van de oogen en
vordert snel; 't wordt veel aangewend bij voorwerpen , die in het
gebruik aan beide kanten zichtbaar zijn. De steek die er voor
gebruikt wordt, is eenvoudig de gewone voorsteek. Men werkt
hem over 2, 4 of meer draden, daarbij zorg dragende, dat
alle steken even groot worden. De stof waarop men borduurt is
Javagaas, linnen- of zoogenoemd congresgaas en verder elke
effen geweven stof welker draden gemakkelijk te tellen zijn; ter-
wijl men ook nog op zeer fijne stoffen over gaas of stramien kan
werken. De verschillende lijnen der figuren worden steeds twee-
maal nagewerkt, en wel: eens heen en eens terug. Bij het
teruggaan zorge men, de ruimfen, die bij het heengaan zijn
overgebleven, door een' steek te overspannen.
Werkt men b.v. heengaande zóó, dat de 1®, 3®, 5®, 7® enz.
steken aan de rechte zijde van het werk liggen, dan zullen
de 2e, 4®, 6®, 8® enz. steken aan de keerzijde komen; bij het
teruggaan heeft dan in omgekeerde richting het tegengestelde
plaats; daarbij komen de onevene steken dan aan de keerzijde
en de evene aan den rechten kant van het werk, zoodat het
patroon aan beide zijden der stof is gewerkt. Om deze reden
heet het ook wel tweezijdig borduursel. Men werktsteeds
met een gekleurden draad, die bij de grondstof afsteekt, en
met eene fijne tapisserienaald; alleen wanneer men op zeer
fijne stof werkt, gebruikt men eene gewone naainaald.
Van den voorsteek kunnen de op- en neersteek elk afzonder-
lijk gewerkt worden, ook kunnen beide onderdeelen tegelijk