Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
waarop hy wordt gewerkt. Hij wordt zonder omrijgen uitgevoerd
en alleen gebruikt voor zeer smalle omtrekken. Zie fig. 46.
Fig. 46. Derechtestiksteekis
volkomen gelijk aan dien, welke
bij het naaien wordt gebruikt
en dient om gedeelten van bla-
den en bloemen in te vullen.
De schuine stiksteek
(point-croisé) wordt ook altyd zonder omrijgen gewerkt en vormt
twee lijnen. Voor het werken van dezen steek wordt de naald,
evenals bij den gewonen stiksteek, achter den werkdraad inge-
stoken op eene lijn van de figuur die men wil bewerken, en
dan in schuine richting naar eene tegenovergestelde Ijjn van
den omtrek van dezelfde fig. gevoerd. Zie tig. 47.
Fig. 47. Men gebruikt dezen steek vooral
bij den omtrek van bladen, die
men op dunne stof werkt. Wijl
door bovengenoemde wijze van
werken aan de achterzijde der
stof lange steken ontstaan, schijnt
het aan de rechte zijde, alsof
men de stof dubbel genomen heeft.
De knoopjesstee k. Deze wordt, evenals de rechte stiksteek ,
gebruikt om figuren in te vullen. Men voert den draad naar de
plaats waar een knoopje zal worden gevormd, windt hem twee-
maal om de naald, steekt in, en op de plaats waar het volgende
knoopje zal ontstaan, weder uit. Men houdt de draden, die
Fig. 48. om de naald gewonden zijn, met
den duim vast, tot de werkdraad
geheel is aangehaald. Zie fig. 48.
Men kan dezen steek ook nog
op eene andere wijze uitvoeren,
waardoor zeer fijne knoopjes
ontstaan. Men neemt nl. twee
stofdraden op en haalt den werkdraad ten deele aan, zoodat eene
lis blijft hangen. Door deze lis steekt men , van voren naar achter,
de naald en haalt dan den werkdraad verder aan. Nu steekt men