Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
104
Men neme altoos minder stofdraden op de naald dan men
overslaat, zoodat de werkdraad meer op dan onder de stof ligt;
daardoor komt het borduurwerk beter uit.
Bladeren en bloemen, die een' steel hebben, begint men van-
daar uit om te rijgen en volgt dan eerst alle blaadjes en takken,
voor men met het opvullen of borduren begint.
Bij eene aan elkander sluitende rij gaatjes wordt alleen het
eerste en het laatste dadelijk geheel omgeregen, de tusschen-
liggende voor de helft, het eene gaatje boven het andere onder,
en zoo omgekeerd.
De openingen tusschen de omtrekken van bogen, hoog oplig-
gende bladen enz. worden met grove katoen opgevuld. Ook hierbij
neemt men weinige draden op de naald, maar slaat een grooter
aantal over, zoodat de werkdraad in lange steken op de stof ligt.
Door iets meer of iets minder op te vullen, al naarmate men
een blad of eene bloem iets meer of minder hoog wil werken,
Fig. 41. wordt het effect van het werk ver-
hoogd. Soms ook dient men de
eene helft van een blad zeer veel,
de andere zeer weinig op te vullen.
Voor het opvullen gebruikt men
óf den voorsteek, óf den feston-
neersteek. Zie Hg. 41. De voorsteek verdient echter verre de
voorkeur; wijl bij 't gebruik van dezen de steken, die er over
gewerkt worden, fraaier en gelijkmatiger naast elkander liggen.
De festonneersteek is eene der gemakkelijkste steken en wordt,
wijl hij een vasten rand doet ontstaan , gebruikt aan de buiten-
omtrekken van wit borduurwerk, in bogen of punten, waarlangs
de overstaande stof wordt weggeknipt. De houding van het werk
is bij het festonneeren en bij elke andere soort van wit borduur-
werk dezelfde, nl. zóo, dat de buitenste lijn van eene te werken
figuur naar de werkster is gekeerd, terwijl alle soorten van steken ,
evenals de festonneersteek, mn links naar rechts worden gewerkt.
Men heeft daardoor beter het oog op den te werken steek. Bij
het begin van het werk hecht men den draad in de omgeregen
lijn, die men omwerken wil en laat hem naar de linkerhand
afhangen, houdt hem met den linker duim vast, steekt de naald