Boekgegevens
Titel: De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Auteur: Berg-Stomp, T. van den
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1887
3e, veel verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1286
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204663
Onderwerp: Afzonderlijke kunstvormen: textielkunst
Trefwoord: Handwerken, Textiele werkvormen, Vakdidactiek
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vrouwelijke handwerken in verband met de invoering volgens de Wet van 17 Augustus 1878 (STBL. no. 127)
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
in plaats van 2, telkens 4 kettingsteken te werken en voor de
gewone, viervoudige stokjes aan te brengen; men zal dan
natuurlijk ook tweemaal zooveel kettingsteken dienen op te slaan.
Gebruikt men voor deze wijze van haken fijn garen, dan ziet
Fig. 37.
het werk er op
een' afstand als
knoopwerk uit;
de holle ruitjes
schijnen dan een
geknoopte fond,
terwijl de dichte
ruitjes de figuur,
door het door-
stoppen ont-
staan , na-
bootsen.
Men kan bij 't werken van hetzelfde patroon de ruitjes ook
verzetten. Dan moet elk ruitje een steek grooter zijn en
de holle dus uit 3 steken en één stokje bestaan. In de volgende
Fig. 38.
r
»•Vi



rij werkt men dan het stokje in de middelste der kettingsteken.
In bovenbedoeld geval moet men ook 4 maal zooveel ketting-
steken opslaan, als men ruitjes denkt te werken.