Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
Aet. 20.
te voorzien dat de toestand van het onderwijs daar wer-
kelijk zal vooruitgaan, en dit is tocli onzer aller wensch.
Ik ontken niet dat het bezwaren zal opleveren voor de
gemeenten; het is juist met het oog daarop , dat ik heden
morgen de overgangsbepaliwg heb voorgesteld, welke de
gelegenheid zal geven om voor elke localiteit behoorlijk
onderzoek te doen, naar de noodige middelen tot gemoet-
koming om te zien en alzoo tot eene gereede uitkomst
te geraken. (Min. van binnenl. zaken, Bijbl. 1857, bladz.
1176.)
Op de vraag: Moet, wanneer een hulponderwijzer op-
treedt als hoofdonderwijzer, op een minimum van f 200
traktement, aan hem ook vrije woning en tuin verstrekt wor-
den 1 antwoordt de Regering:
De hier gestelde vraag, of een hulponderwijzer, die
optreedt als hoofdonderwijzer, aanspraak verkrijgt op vrij
huis en tuin, kan, naar inzien der Regering, niet anders
dan bevestigend worden beantwoord. De voordragt der
Regering strekte, om aan eiken hoofdonderwijzer eene
jaarwedde van minsten ƒ 400 toe te kennen, benevens
vrije woning, zoo mogelijk met een tuin, of vergoeding
voor huishuur. De vrees, dat dit minimum van jaarwedde
in gemeenten met een groot aantal scholen te drukkend
zou kunnen wezen, heeft geleid tot het vaststellen der
bepaling, dat in zoodanige gemeenten aan het hoofd van
eene of eenige scholen een hoofd- of hulponderwijzer zou
mogen geplaatst worden met een minimum van jaarwedde
van ƒ 200. Alleen op dit punt heeft alzoo de voordragt
der Regering verandering ondergaan; in de overige opzig-
ten is zij dezelfde gebleven, en daaruit volgt dan ook,
dat op een hoofd- of hulponderwijzer, die, overeenkom-
stig art. 20, met eene jaarwedde van minstens f 200 aan
het hoofd eener school wordt geplaatst, de vier eerste
zinsneden van art. 19 evenzeer toepasselijk zijn als op
een hoofdonderwijzer, wiens minimum van jaarwedde
ƒ 400 beloopt. (Mem. v. Beantw. op het "Versl., 1® Kam-
der St.-Gen. van 9, Aug. 1857.)