Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
Art. 14 en 15.
Art. 14. De bepalingea dezer wet omtrent de ouder-
wijzers zijn insgelijks op de onderwijzeressen van toe-
passing, voor zooverre zij voor deze geene uitzonderingen
behelst.
Het schoolonderwijs (en het huisonderwijs) zal niet alleen
worden gegeven door mannen maar ook door vrouwen. De
wet moet dus voorschriften bevatten zoo wel ten aanzien
van onderwijzers als van onderwijzeressen. In het alge-
meen kunnen deze voorschriften voor beide het zelfde zijn,
in enkele opzigten moeten zij verschillen. Zoo is er bijv.
geen reden om tusschen onderwijzers en onderwijzeressen
onderscheid te maken w^aar het geldt de bewijzen van
zedelijkheid, wel daarentegen waar er sprake is van die
van bekwaamheid. Daar evenwel verreweg de meeste be-
palingen voor beiden dezelfde kunnen zijn, is het raad-
zaam geoordeeld ter bevordering van duidelijkheid en
beknoptheid, bij dit artikel als algemeenen regel te stellen,
dat de bepalingen omtrent de onderwijzers, voor zooverre
de wet geene uitzonderingen behelst, insgelijks op de on-
derwijzeressen van toepassing zijn. (Mem. v. Toel. van
30. Dec. 1855.)
Art. 15. Deze wet is niet toepasselijk:
a. op hen, die uitsluitend onderwijs geven in een dei-
vakken, vermeld onder i, n, o en ^ van art. 1, en op
de daarvoor bestemde scholen;
l. op müitaire onderwijzers en het onderwijs door hen
gegeven aan militairen.
a. De reden van de uitzondering, welke in dit artikel is
opgenomen, is deze: dat onderwijzers in de bijzondere vak-
ken, onder de letters i, n, o en p (art. 1.) vermeld, als onder
het lager onderwijs opgenomen, zouden kunnen beschouwd