Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
Ajrt. 12.
len des lands gevestigd en zoodanig ingerigt, dat zij brand-
punten van ontwikkeling voor den onderwijzersstand kun-
nen worden. De theoretische moet daar met de practi-
sche opleiding hand aan hand kunnen gaan. In den
vreemde of hier te lande geopperde nieviwe denkbeelden
omtrent het een of ander vak van onderwijs of omtrent
verbetering in de leermethode moeten er gretig opgevan-
gen en op de proef gesteld worden, en geheel de oplei-
ding eene zoodanige rigting erlangen, dat een voUeerd
kweekeling der rijks-kweekschool den maatstaf aanbiedt
van den onderwijzer, die op de hoogte is van zijn vak
en van zijnen tijd.
De bedoeling kan niet zijn, dat voortaan elk openbaar
onderwijzer zonder onderscheid op eene rijks-kweekschool
opgeleid worde. Er kunnen en behooren andere instellin-
gen tot opleiding van onderwijzers te bestaan. Daarbij
heeft men vooral het oog op de vestiging op kosten der
overheid van eenen normalen cursus voor onderwijzers bij
scholen, die om hare voortrelfelijke inrigting en de meer
dan gewone kunde en talrijkheid van het daarbij werk-
zaam onderwijzend personeel, als modelscholen zijn te be-
schouwen. Naar gelang de middelen dit toelaten en de
gelegenheid zich daarvoor aanbiedt, zou het aantal der
modelscholen op zes of acht kunnen worden bepaald. Wel-
ligt zou door den tijd er in iedere provincie één kunnen
bestaan. Aan de kweekelingen, die van buiten komen
om den daarbij te openen normalen cursus bij te wonen,
zou vergoeding van verblijfkosten of eene beurs van over-
heidswege moeten worden toegelegd. De bijwoning van
den normalen cursus, althans het genot van schadeloos-
stelling daarvoor, zou, even als dé plaatsing op eene der
rijks-kweekscholen, moeten beschouwd worden als eene
gunst, niet te verkrijgen dan nadat de aankomende onderwij-
zer bij een vergelijkend examen getoond heeft, door meerdere
kunde en geschiktheid die gunst boven anderen waardig
te zijn. Niet zelden gebeurt het, dat men onder de leer-
lingen eener lagere school een enkelen uit den nederigsten