Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
T
42
Akt. 12.
geven rigting en daarbij te volgen beginselen kunnen als
van ondergeschikten, aard worden beschouwd zoo slechts
zekerheid bestaat, dat het onderwijs des volks over het
algenaeen aan kundige, geschikte, godsdienstig gestemde
onderwijzers is toevertrouwd, en die zekerheid laat zich
niet verkrijgen , zoo niet van overheidswege voor de aan-
kwecking van zulke onderwijzers zorg wordt gedragen.
Zou zich niet eene belangrijke zorg tot hen moeten uit-
strekken , die hun leven wijden aan het bestrijden van
eenen anderen geduchten vijand: de onwetendheid? Zoo
de grondwetge%'er het openbaar onderwijs tot een voor-
werp van de aanhoudende zorg der Regering heeft ver-
heven, zal daarbij wel in de eerste plaats aan het onder-
wijzend personeel moeten worden gedacht. (Voorl. Versl.
van 22. Mei 1855.)
(a) De zaak der opleiding van onderwijzers is van het
allerhoogste gewigt. Van het aankweeken van goede,
voor hunne taak volkomen berekende, door kennis en be-
schaving evenzeer uitmuntende onderwijzers is de toekomst
van ons lager onderwijs, de zekerheid dat de openbare
school niet door de bijzondere zal worden verdrongen,
ton eenen male afhankelijk. Sommige waren zoo zeer van
deze overtuiging doordrongen, dat zij veel liever een aan-
tal anders nuttige bepalingen uit de wet zagen wegvallen,
dan dat die wet niet de kiem bevatten zou van eene af-
doende regeling dezer zaak. Aan zidk eene regeling be-
staat uit onderscheidene oogpunten wezenlijke behoefte.
Veelal ontbreekt bij onze natie, althans onder de mindere
standen, die algemeene beschaving, waardoor bij sommige
naburige volken zich soms zelfs de geringste handwerksman
onderscheidt. Dat gebrek zal niet weggenomen worden,
zoo niet toenemend aan het hoofd onacr volksscholen man-
nen komen, geheel voor hun vak berekend, evenzeer zich
door beschaving onderscheidende als door aangeleerde kun-
digheden. Ook met opzigt tot de aankweeking van goede
onderwijzers is men in don laatsten tijd hier te lande
niet voorwaarts gegaan. Bijzondere instellingen tot aan-