Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
Art. 10.
(b) De woorden: die buiten de grenzen zijner bevoegdheid
onderwijs geeft, zijn geenszins overbodig. Het is toch denk-
baar , dat de hulponderwijzer of hulponderwijzeres, wier
bevoegdheid tot het geven van onderwijs zich niet zoo ver
uitstrekt, als die van den hoofdonderwijzer en hoofdonder-
wijzeres, vooral bij het geven van huisonderwijs de gren-
zen zijner of harer bevoegdheid te buiten gaat. (Mem.
van ïoel. van 21. Febr. 1857.)
(b) Eene uitzondering schijnt wenschelijk, ten opzigte
van zoodanige hulponderwijzers, die na het overlijden of
vertrek des hoofdonderwijzers , de leiding der school tijde-
lijk op zich nemen. Het onderwijs zou, vooral in de open-
bare gemeentescholen, eene noodlottige stremming kunnen
ondergaan, als zulk eene tijdelijke waarneming niet meer
geoorloofd ware. (Voorl. Versl. van 29. April 1856.)
(b) Op de vraag, waartoe de uitzondering dient, in deze
afdeeling ten opzigte van de hulponderwijzers, antwoordt de
min. van binnenl. zaken:
Het examen van den hulp- en hoofdonderwijzer loopt
beide wel over dezelfde vakken, maar beide verkrijgen
niet dezelfde acte. De hulponderwijzer verkrijgt eene
acte als hulponderwijzer, en de hoofdonderwijzer als hoofd-
onderwijzer , en nu mag de hulponderwijzer zich niet stel-
len op de plaats van den hoofdonderwijzer. (Bijbl. 1857,
bladz. 1030.)
(b) Met betrekking tot de hier gemaakte bedenking valt
op te merken, dat ook tegenwoordig zich meermalen het
geval voordoet, dat een hulponderwijzer, ten gevolge van
het overlijden des hoofdonderwijzers, tijdelijk aan het hoofd
eener school wordt geplaatst en daar gedurende eenen ge-
ruimen tijd werkzaam blijft, zonder dat hij den rang heeft,
die hem bevoegd maakt aan het hoofd van zoodanige
school te staan. Niettemin is daartegen, zoover der Re-
gering bekend is, nimmer uit het aangeduide oogpunt
bezwaar geopperd. In zooverre ware niet zonder grond
te beweren, dat voorziening op dit punt onnoodig zou zijn.
Van den anderen kant echter valt het niet te ontkennen ,
3