Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
Art. 8.
leeren. Het meerdere sluit het mindere in. (Voorl. Versl.
van 6. April 1857.)
Art. 8. (a) Die lager onderwijs geeft, zonder daartoe
bevoegd te zijn, of in strijd met liet lid, van art. 4,
wordt voor de eerste maal gestraft met eene boete van
vijf en twintig tot vijftig gulden, voor de tweede maal
met eene boete van vijftig tot honderd gulden en ge-
vangenisstraf van acht tot veertien dagen, te zamen of
afzonderlijk, en vervolgens telkens met gevangenisstraf
van eene maand tot een jaar.
(b) Op hem, die buiten de grenzen zijner bevoegdheid
lager onderwijs geeft, is de helft dezer straffen van toe-
passing. Hiervan zijn uitgezonderd de hulponderwijzers,
tijdelijk aan het hoofd eener school geplaatst, mits de
tijdelijke waarneming niet langer dan zes maanden dure.
(c) Art. 463 van het Wetboek van Strafregt en art.
20 der wet van 29. dunij 1854 {Staatsblad No. 102)
zijn ten deze toepasselijk.
(a) Het is altijd eene hoogst bedenkelijke zaak, een
dienstdoenden onderwijzer, al is het slechts voor weinige
dagen aan gevangenisstraf te onderwerpen. (Voorl. Versl.
van 22. Mei 1855.)
(a) In den regel zal hij, die onderwijs geeft zonder
daartoe de bevoegdheid te bezitten van de zijde van het
schooltoezigt worden gewaarschuwd, alvorens hij met
het openbaar ministerie in aanraking kome; maar er be-
staat geene reden, om door de wet te doen voorschrijven,
dat dit steeds moet geschieden. Die waarschuwing kan
evenzeer van de zijde van het gemeentebestuur geschie-
den. (Mem. van Toel. van 21. Febr. 1857.)