Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
JVrt. 7.
aan Je belangen van het onderwijs. (Min. van binnenl.
zaken, Bijbl. 1857, bladz. 202, 1« Kam. der St.-Gen.)
Art. 7. De bepalingen van het voorgaand artikel zijn
niet toepasselijk op:
a. de kweekelingen, voor zooveel betreft het onder-
wijs in de school, waarin zij werkzaam zijn;
b. hen, die uitsluitend aan de kinderen van één
gezin lager onderwijs geVen;
c. hen, die van het geven van lager onderwijs geen
beroep makende en zich zonder geldelijke belooning
daartoe bereid verklarende, van Ons vergunning hebben
verkregen tot het geven van zoodanig onderwijs;
d. de candidaten en doctoren in de letteren en in
de wis- en natuurkunde, voor zooveel zij door hunne
academische graden bevoegd zijn onderwijs te geven in
een of eenige der vakken, vermeld in art. 1.
a. De omschrijving van kweekelingen in art. 6 doet dui-
delijk genoeg zien, dat kweekelingen geen huisonderwijs
mogen geven, zoodat eene verkeerde opvatting niet te
vrcezen is. Ten einde alle mogelijke onzekerheid te voor-
komen, heeft men het raadzaam geacht, de uitzondering
voor de kweekelingen uitdrukkelijk te bepalen bij het
onderwijs door hen gegeven in de school, waarin zij
werkzaam zijn. (Mem. van Beantw. van IG. Junij 1857.)
c. Hier en daar zijn voorbeelden, dat vrouwen uit de
hoogere standen maatschappelijk onderwijs aan arme kin-
deren geven. Men wensehte, dat voor zulke gevallen eene
uitzondering op de algemeenheid der strafbepaling kon
worden gemaakt. (Voorl. Versl. van 22. Mei 1855.)