Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
Art. 6.
(cl) Men geeft in overweging of het wel wenschelijk zij,
dat de kweekeling onvoorwaardelijk het regt hebbe, om ,
nadat het eerste examen ongunstig is uitgevallen , zich
ten tweeden male aan te melden. Er zijn gevallen, dat
jonge lieden met onbegrijpelijke zelfverblinding in het staan
naar eene betrekking volharden , waarvoor zij niet geschikt
zijn en wegens algeheel gemis van aanleg of wegens stomp-
heid van geest, nooit geschikt kunnen worden. Waar zich
een kweekeling aanbiedt, die bij het ondergaan examen
onmiskenbare blijken geeft van tot deze categorie te behoo-
ren, moest de examinerende Commissie de bevoegdheid
hebben , hem voor goed af te wijzen, zoo dat de gelegen-
heid tot terugkeer niet meer openstond. Aan den jonge-
ling wierd daardoor eene weldaad bewezen, omdat hij
dadelijk zich aan een ander beroep kon beginnen te wij-
den. Tevens wierd de mogelijkheid afgesneden, dat een
voor het geven van onderwijs geheel ongeschikt kweeke-
ling nog een geheel jaar lang aan de eene of andere school
verbonden bleef. (Voorl. Versl. van G. April 1857.)
(d) De Regering zegt, dat die gevallen hoogst zeldzaam
zijn. Ook is het niet te verwachten, dat zoodanige kwee-
keling aan de school verbonden zal blijven, daar zijne
onbekwaamheid den hoofdonderwijzer al spoedig nopen zal
tot het voorstel om hem te ontslaan. Bovendien daar
de examens tweemaal 'sjaars zullen worden afgenomen,
verliest de bedenking veel van hare kracht. (Mem. van
Beantw. van IC. Junij 1857.)
Art. 6. (a) Niemand mag lager onderwijs geven, die
niet in het bezit is der bij deze wet gevorderde bewij-
zen van bekwaamheid en zedelijkheid.
(b) Vreemdelingen behoeven bovendien Onze vergun-
ning- _
(a) Aangaande het vervallen van de acte als hoofdonder-
wijzer enz., wanneer daarvan in zeker aantal jaren geen ge-
bruik is gemaakt, antwoordt de Regering: