Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
Attï. 4.
opnemen, dan zouden daarin al de hier opgenoemde on-
derwerpen en welligt nog meerderen moeten worden gere-
geld. Dit nu scheen niet in aanmerking te kunnen komen.
Overigens vertrouwt men, dat zij , die geroepen zijn over
dc inrigting der localen uit het oogpunt van gezondheid
en ruimte te oordeelen, hunne verpligting behoorlijk zul-
len naleven; maar, al mogten zij hierin toegevend of nala-
ten zijn; dan kan dit toch geene schadelijke gevolgen heb-
ben; want zoowel de schoolopziener en de inspecteur bij
hunne schoolbezoeken, als vooral de ouders of voogden
der schoolgaande kinderen , zullen zonder dat de wet hun
daartoe uitdrukkelijk de bevoegdheid behoeft te geven,
genoegzaam waken dat geen onderwijs worde gegeven in
te bekrompene of in ongezonde localen. (Mem. van Toel.
van 21. Februarij 1857.)
(a) Op de aanmerking , dat wegens de gemoedsbezwaren, eene
zaak, die der verpligte vaccine voor de schoolkinderen, van
algemeen en hoogst belang, niet mogt opgeofferd wogden, ant-
woordt de minister van binnenlandsche zaken:
Ik moet doen opmerken, dat de redenen, aangevoerd
tegen de gemoedsbezwaren der ouders mij voorkomen
wel geschikt te zijn om verstandsbezwaren, maar niet om
gemoedsbezwaren op te heffen. Gemoedsbezwaren rusten
doorgaans niet op gronden van verstand. (Bijbl. 1857,
bladz. 1029.)
(a) De voorschriften, in der tijd gegeven tot het weren
van ongevaccineerde kinderen van de school, hadden ten
doel de ouders te noodzaken, hunne kinderen eene kunst-
bewerking te doen ondergaan, die vrij algemeen als ge-
zondsmaatregel heilzaam werd geacht. Maar de regering
meent, dat het opnemen der verbodsbepaling hier minder
gepast zoude zijn. Indien het niet geoorloofd wordt ge-
acht, de ouders te noodzaken hunne kinderen ter school
te zenden, schijnt het daarmede niet te strooken, dat men
hen door deze wet zou verpligten, hunne kinderen te
laten vaccineren. (Mem. van Beantw. van 16. Junij 1857.)
(a) Ik geloof, dat do zaak der vaccine uitsluitend moet