Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
Art. 3 en 4.
Hetzelfde geldt ten aanzien van scholen bij de corpsen
van het leger, die op oorlogschepen, en die in de gevan-
genissen. Wordt het onderwijs gegeven van het rijk, zoo
als men mag aannemen, dan is het wederom openbaar
onderwijs. (Mem. van Toel. van 21. Febr. 1857.)
(d) Op de vraag: hoe zal het gaan met de Israëlitische
scholen f antwoordt de minister van binnenl. zaken :
Die scholen zijn godsdienstige scholen, en zijn alzoo niet
opgenomen onder deze wet; zij liggen, wat hare eigen-
lijke strekking aangaat, geheel buiten het bereik van het
departement van binnenl. zaken, aan welks zorg de bur-
gerlijke scholen , het burgerlijk onderwijs zijn toevertrouwd.
(Bijbl. 1837, bladz. 1179.)
Bij art. 71 dezer wet is bepaald, dat wanneer bijzon-
dere scholen in het genot zijn, van subsidie van wege de
provincie of de gemeente, en niet voldoen aan het vierde
lid (d) van bovengenoemd art. 3 het subsidie den 31. Deo.
1858 moet ophouden.
(d) Op de vraag: welke contrainte zal er bestaan,
wanneer gesuhsidiëerde onderwijzers van bijzondere scholen,
handelen in strijd met art. 23 dezer wetl antwoordt de mi-
nister van binnenl. zaken :
Indien zoodanige onderwijzers zich tegen de bepaling
van art. 23 mogten vergrijpen , do gemeente of provinciale
besturen, die de school subsidiëren, zeker niet in gebreke
zullen blijven, om het subsidie in te trekken. (Bijbl.
1857, bladz. 1179.)
Art. 4. (a) Geeu schoolonderwijs wordt gegeven in
localen, die door den districts-sclioolopziener verklaard
zijn voor de gezondheid schadelijk te wezen of van on-
voldoende ruimte voor het aantal schoolgaande kinderen.
(b) Indien in zijne uitspraak niet wordt berust, be-
slissen Gedeputeerde Staten na een nieuw zelfstandig
onderzoek.