Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
AiiT. 3.
(b) Openbare scholen zijn die, opgerigt en onderliouden
door de gemeenten, de provinciën en het Eijk, afzon-
derhjk of gezamenlijk; de overige zijn bijzondere scholen.
(c) Aan bijzondere scholen kan van wege de gemeente
of de provincie subsidie worden verleend onder zoodanige
voorwaarden als het gemeente- of provinciaal bestuur
noodig acht.
(d) De aldus gesubsidieerde scholen zijn toegankelijk
voor alle kinderen, zonder ouderscheid van godsdien-
stige gezindheid. Het en lid van art. 23 zijn
op die scholen toepasselijk.
(a) Het is de bedoeling der Eegering, om het bijzon-
der onderwijs volkomen in zijne waarde en werking te
laten. Zij hoopt, dat het ook daar, waar het verlangd
wordt, krachtig zal zijn , maar daarom mag zij nog niet uit
het oog verliezen, dat zij het openbaar onderwijs zóó mag
inrigten, dat het op eene waardige wijze, met het bijzon-
der onderwijs kunne concureren. Het openbaar onder-
wijs moet het bijzonder (onderwijs) niet den oorlog aan-
doen , maar zij moeten elkander de hand reiken, om nut-
tige burgers aan den staat te leveren. (Min. van binnen!,
zaken, Bijbl. 1857, bladz. 203, P Kam. der St.-Gen.)
(c) Op de vraag: han er van rijhswege geene subsidie
aan bijzondere scholen tvorden gegeven 1 Geeft de minister
van binnenl. zahen, het volgende te hennen:
Het doel van art. 3 is, dunkt mij, duidelijk, dat van
wege het Rijk geen subsidie aan bijzondere scholen zal
kunnen gegeven worden. (Bijbl. 1857, bladz. 1177.)
(c) Verder antwoordt de minister, aan hen, die vreezen,
dat er misbruik en gevaar voor het openhaar onderwijs te
vreezen is, van het verkenen van subsidié'n aan bijzondere
scholen van wege de provincie en de gemeente, het volgende: