Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
243
i, liât de processen-verbaal van eedsaflegging der leden
van plaatselijke schoolcommissiën, welke, volgens art. 61
der^ wet van 13 Augustus 1857, (Staatsblad, n". 103),
door burgemeesters worden opgemaakt, zijn actes 'dad-
ministration publique; dat, vermits de leden der school-
commissiën geene bezoldiging genieten , gevolgelijk de
processen-verbaal hunner beëediging niet in de artt. 68
en 69 der wet van 22 Flimaire VII zijn belast en dus,
krachtens art. 70, § 3, n". 2, dier wet, van de formaliteit
der registratie zijn vrijgesteld;
c, dat hetzelfde geldt ten aanzien van de akten van
aanstelling der leden van plaatselijke schoolcommissiën ;
d, dat, aangezien de leden der plaatselijke schoolcom-
missiën ook geen abonnement voor kantoorkosten genie-
ten , de akten hunner aanstelling en beëediging, krachtens
art. 27 A, n". 39 der wet van 3 October 1843, (Staats-
blad, n°. 47), van het zegelregt zijn vrijgesteld;
e, dat, aangezien de schoolopzieners evenmin bezoldi-
ging genieten, ook de akten hunner aanstelling en be-
cediging van de formaliteit der registratie zijn vrij-
gesteld;
/', dat op die akten de vrijstelling van zegel, bepaald
bij art. 27 A, n°. 39 der wet van 3 October 1843, (Staats-
blad, n". 47), toepasselijk is, aangezien de schoolopzieners
alleen eene som bij abonnement voor reis- en verblijf-
kosten, maar geen abonnement voor kantoorkosten ge-
nieten.
De Minister voornoemd:
VROLIK.
Art. 18.
Z. E. de minister van binnenlandsche zaken heeft bij
missive van 2. Februarij 1858, te kennen gegeven dat de
zin van art. 18 is als volgt: Tot maatstaf van het getal
leerlingen eener openbare school moet genomen worden,