Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
241
Verdere besluiten, en ophelderingen der wet op het
lager onderwijs.
Regeling van vrijdom van briefport der Ambtenaren en
Autoriteiten, belast met het toezigt op de scholen van lager
onderwijs.
Na overleg tusschen H. E. de Ministers van Binnen-
landsche Zaken en van Financien, heeft Zijne Majesteit,
op voordragt van laatstgenoemden Minister, bij besluit van
den 20. November 1857, n". 40, den vrijdom van briefport
der Ambtenaren en Autoriteiten, belast met het toezigt
op de scholen van lager onderwijs op nieuw geregeld en
mitsdien bepaald, dat de bedoelde vrijdom zal worden
toegekend aan de briefwisseling, die wegens dienstaan-
gelegenheden, onder de gewone bepalingen van kruisband
en eigenhandig contreseign, gevoerd wordt:
1". Tusschen de Provinciale Inspecteurs van het lager
onderwijs ter eene, en den Commissaris des Konings en
de Gedeputeerde Staten der provincie, waar zij reside-
ren, verder met hunne ambtgenooten in de provinciën
onderling, met de Districts-Schoolopzieners, de Gemeen-
besturen, de Plaatselijke Schoolcommissiën en de onder-
wijzers in hunne provinciën ter andere zijde;
2". Tusschen de Districts-Schoolopzieners ter eene en
den Commissaris des Konings en de Gedeputeerde Staten
der provincie, waar zij resideren; voorts met hunne
ambtgenooten in dezelfde provincie onderling, met de
Gemeentebesturen, de Plaatselijke Schoolcommissiën en
de onderwijzers in hun District ter andere zijde;
3". Tusschen de Plaatselijke Schoolcommissiën ter eene
en de onderwijzers in dezelfde gemeente ter andere zijde.
15