Boekgegevens
Titel: Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Auteur: Hemkes, H.
Uitgave: Groningen: J. Oomkens, J. Zoon, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 679 F 9 (2)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204584
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: Lager onderwijs, Wet op het lager onderwijs (1857), Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Wet op het lager onderwijs, van den 13. augustus 1857, (Staatsblad No. 103.): met aanteekeningen uit de geschiedenis van het onderwijs, de handelingen der regering en der wetgevende magt
Vorige scan Volgende scanScanned page
220
Art. 72 en 73.
hem die in die talen schoolonderwijs wil geven, wordt dit
gevorderd niet van den huisonderwijzer. Toetst men de
vraag, in hoe ver de acten tot het geven van middelbaar
onderwijs alleen den hoofdonderwijzer of ook den hulp-
onderwijzer betreffen , aan de gegeven inlichtingen, het
antwoord zal zijn, dat beiden zoodanige acten kunnen
verkrijgen. Beiden toch kunnen, ingevolge de tegenwoor-
dige wet, examen afleggen in een of meer der vakken
van het meer uitgebreid lager onderwijs, en daarmede
staan de bewuste vakken van middelbaar onderwijs voor
het oogenblik gelijk. De vraag, of eene acte van be-
kwaamheid tot het geven van middelbaar onderwijs be-
voegdheid geeft om eene school voor vreemde talen te
openen, is bevestigend te beantwoorden, met dien ver-
stande evenwel, dat hij, die dit verlangt, geen ander on-
derwijs mag geven dan waarvoor hij is toegelaten , zoo
als de tegenwoordige wet ten aanzien van het lager on-
derwijs, waarmede het middelbare ook in dit opzigt ge-
lijk staat, bedoelt, terwijl ook de vreemdeling om mid-
delbaar onderwijs te kunnen geven vergunning des Ko-
nings behoeft, even als de vreemdeling die lager onder-
wijs wenscht te geven; ook dat voorschrift toch is ten
deze toepasselijk. Een vreemdeling, die zelfs de eerste
beginselen onzer taal niet kent, kan alzoo aan de inrig-
ting van middelbaar onderwijs staan, maar middelbaar
onderwijs, zoo als deze wet dit tijdelijk heeft geregeld,
verder niet. (Mem. v. Beantw. van 16. Junij 1857.)
Art. 73. Deze wet treedt in werking den Janua-
rij 1858.
Belioudens het bepaalde bij art. 70 zijn alsdan de be-
staande algemeene, provinciale en plaatselijke verordenin-
gen op het lager onderwijs afgeschaft, de provinciale
commissiën van onderwijs, plaatselijke schoolcommissiën
en commissiën van plaatselijk schooltoevoorzigt ontbon-